Slagerij Schell

Slagerij Schell van allesEnrique Iglesias in de kleedkamer naast Freek, een man met een mes in zijn rug die de drempel overstrompelt, schietende wild west taferelen, dieven tot in de tram achtervolgen en dan met een paar stevige slagershanden in de kraag vatten, met kerst een warme pot voor wie het nodig heeft, Raymann is Laat als vaste klant, en zo nog een hele stapel verhalen meer. Sinds 1940 op de West-Kruiskade en sinds 1796 in ‘het vlees’ in Rotterdam. Opa Freek (Frederik) de Eerste begint eind 18e eeuw die lijn met een herberg in Kralingen. Wie terug kwam van de jacht kon zijn wild door Freek I vakkundig laten fileren. Acht generaties verder is de herberg verleden tijd, maar de naam Schell zeer keer niet. Als je Freek Schell heet, heb je vlees en aanpakken in de genen.

Freek de achtste (die op dit moment de slagerij in de traditie en toch ook in een geheel eigen lijn voortzet), probeerde die dans te ontspringen. Hij zou niet in de zaak gaan. Een dierenspeciaalzaak, en nog een, en nog een. Dat moest het worden. Tot zijn vader met pensioen ging en er werd gevraagd of er niet toevallig nog een familielid rond liep die de zaak voort wilde zetten. Anders zou de boel verkocht worden. Eigenwijs het nest tijdelijk verlaten was een, maar de boel aan anderen over laten gaan… dat nooit. Freek de achtste wist wat hem te doen stond. Dierenwinkels verkopen en als de wiedeweerga de slagerij in. Het was zijn beurt om er wat moois van te maken.

Slagerij Schell is een naam waar je op de West-Kruiskade met Freek VIII anno 2016 niet om heen kan. Dat gold destijds voor zijn vader, de oude Schell (Freek VII) ook. De Kade heeft heel wat roerige tijden gekend. Tij of ontij, slagerij Schell liet zich niet kisten. Stevige bolster, blanke pit. Dat was de vader van (huidige) Freek. En zo wisten vader en zoon Schell de roerige jaren 80, waar de criminaliteit welig tierde, te doorstaan. Freek VIII in de dierenwinkel even verderop, vader Freek VII in de slagerij. En op zaterdag? Als het bomvol was? Dan kroop het bloed al waarvan later bleek dat het moest gaan. Dan verruilde Freek de dieren al voor het meehelpen in de slagerij. En rond kerst? Alle hens aan dek en veel, heel veel vlees verkopen. Ook nu. Met 50 man personeel, de helft in de winkel en de helft achter in de keuken, wordt gezorgd dat iedereen een ongekende variëteit aan kerstbestellingen kan komen doen.

Want dat er variëteit is, is niet overdreven. Feitelijk alle culturen rond de Kade kunnen hun wensenlijstje terugvinden in de vitrines van Schell. ‘Omdat het nu eenmaal een prachtig vak is. Niets is mooier dan ‘s ochtends om een uur over zeven met een stuk vlees aan de slag te gaan. Te proberen, te testen, te prutsen, net zo lang tot er weer iets nieuws gelukt is. Echte Parmaham van Nederlandse bodem. Of Hollandse worst van de maximaal kleurrijke West-Kruiskade. Wij zijn de markt altijd vooruit geweest. Met medewerkers van alle soorten en maten hoor en leer je veel. Recepten, wat iedereen lekker vindt, je ontkomt niet aan wat er in de keukens van over de hele wereld en tegelijk om de hoek leeft. De prijs voor de beste multi culturele werkgever die we wonnen is wel leuk. Winnen van Tom Tom en andere grote jongens is natuurlijk wel heel grappig en tof. Maar feitelijk is het logisch als je hier zit.’

En niet alleen de wereld aan de Kade verrijkt slagerij Schell in de ontwikkeling van het bedrijf. Freek Schell trekt er ook veel op uit om van anderen te leren. Dat kan buiten Nederland zijn, maar in de Achterhoek is ook veel te leren. Overal eigenlijk wel. Diverse oorkondes zijn het gevolg. En wie weet… daarmee ooit doorgroeien en meesterslager worden zou nog wel eens een hele mooie stap kunnen zijn.

Freek Schell

Enrique was Freek’s buurman bij ‘Raymann is Laat’ waar Slagerij Schell een speciale test kreeg bij Achmed de slager. Slagerij Schell hielp de productie bij de rubriek met Achmed de slager. De laatste uitzending mocht Freek zelf in de rubriek schitteren. De beelden hiervan zijn waarschijnlijk met het vlees mee op het hakblok in mootjes gehakt… Gelukkig hebben we Enrique nog 😉